Want van U is de toekomst

Openbaring 22:1-5 (want van U is de toekomst)

Want van u is de toekomst.

Dat is het thema van de PKN voor dit jaar. Hoe je over de toekomst nadenkt, dat beleven mensen heel verschillend.

Als je 75 jaar of ouder bent, denk je anders over de toekomst, dan iemand van 50 jaar oud. Gezondheid zal belangrijk zijn en het ouder worden. Het zal eerder zijn dat je nadenkt over de toekomst van jongere generaties, en als het je gegeven is, over de toekomst van je kinderen en kleinkinderen.

Als je 50 jaar bent, denk je na over je de jaren dat je nog moet werken en daarna. Je denkt na over de toekomst van de kinderen, de geliefden.

Als je 25 jaar bent, ligt de toekomst voor je open. Je eerste baan, je eerste huis….. Was dat laatste in deze tijden maar waar. Het kan zijn dat je je daar zorgen over maakt.

Als je vijf jaar bent zeg je: “al ik later groot ben, dan….”

Het is goed om met elkaar over de toekomst te praten en te leren van elkaar, de jongeren van de ouderen, en de ouderen van de jongeren.

Je kunt het natuurlijk breed trekken. Je hebt je persoonlijke toekomst. Je hebt de toekomst van de kerk. Je hebt de toekomst van deze wereld. En dat laatste maakt veel jongeren bang, vooral de crisis rond het klimaat.


De toekomst is van God
De toekomst is voor God niet een grote onbekende. Integendeel Hij overziet de tijden en plaatsen, het kleine en het grote. Met een woordspeling: de toekomst komt van God op ons toe.

In de Openbaring van Johannes krijgen wij van God een blik op de toekomst die zo anders zal zijn, en toch ook niet!

De toekomst grijpt terug op het begin, het verloren Paradijs zal als nieuw zijn. Wel is er een groot verschil. In het Oude Paradijs troonde God in de hemel en was de mens op aarde. In het Nieuwe Paradijs wonen God en mens samen. Die toekomst heeft God klaar liggen.

De eerste christenen kregen de Openbaring in tijden van crisis. Het was niet gemakkelijk om christen te zijn. Er was sprake van vervolging, onderdrukking en uitsluiting. Overigens hadden niet alle christenen daar last van. Sommige groepen hadden het goed, te goed eigenlijk, en dreigden daardoor hun geloof te verliezen.

Voor al die groepen christenen en nog-niet-christenen is dit gedeelte allereerst een belofte. Deze belofte bemoedigt en spoort aan. Deze belofte is tenslotte een dringende uitnodiging tot geloof en trouw. Deze drie gaan samen op.


De belofte
De belofte  van een Nieuw Paradijs betreft de toekomst. God heeft beloofd dat Hij alle dingen nieuw zal maken en dat zijn nieuwe wereld een wereld is zonder verdriet, dood en pijn, en alles wat daarmee samenhangt.

1. God belooft water dat leven geeft. Dit water stroomt uit de troon van God en van het Lam, Jezus Christus.
2. Deze belofte van leven komt ook terug in de levensboom. Beide herinneren aan het Oude Paradijs, zowel de rivier als de levensboom.
3. God belooft genezing. Niet dat wij in de Nieuwe Wereld nog genezing nodig hebben, maar zo wordt duidelijk dat er een einde komt aan alle pijn, achteruitgang, ziekte en dood.
4. God belooft dat wij Hem en het Lam zullen zien. Dat is zo anders als nu. Nu kunnen wij God niet zien, en kunnen we God als verborgen ervaren. Daaraan komt dan een einde. Hoe dat zal zijn, hoe groots dat zal zijn? Woorden schieten waarschijnlijk te kort.
5. God belooft dat er geen donker meer zal zijn. De donkerte werd eeuwen als bedreigend ervaren. Wij hebben dat in de laatste eeuwen opgelost met kunstlicht, maar nog steeds kan het donker zijn om ons heen.
6. Het laatste deel van de belofte gaat over onze positie. Er zal geen slavernij, ondergeschiktheid, enz. meer zijn, maar de toekomst is dat wij delen in de grootheid van God.


De bemoediging
Deze  belofte is bedoeld voor mensen, niet zozeer om de nieuwsgierigheid over het leven straks te bevredigen. Het is allemaal grootser, mooier, creatiever dan wij ons kunnen voorstellen. De belofte is allereerst bedoeld om mensen te bemoedigen en aan te sporen.

Wij zouden zeggen: je gaat ergens voor. Mensen toen in de eerste eeuw waren niet anders als mensen nu. Ook toen was het niet gemakkelijk om te geloven. In die wereld hadden mensen allerlei beelden van goden. Christenen hadden geen beelden of afbeeldingen. Christelijke kerken werden gezien als een bedreiging van de tradities, de bestaande vrijheden, en vooral van de Romeinse Staat. Godsdienst en Staat waren nauw verweven.

De omstandigheden zijn anders. Christenen zijn net als toentertijd een minderheid. Velen geloven nu niet meer en hebben geen idee van godsdienst, bijbel, geloof en leven uit geloof. Er zijn veel vooroordelen, die gemakkelijk kunnen leiden tot oordelen en veroordelingen.

Dan is bemoediging belangrijk. Houd vol. Dit is uw toekomst. Hier gaat de kerk voor in geloof en trouw. Dat vraagt geduld, hoop en liefde.

Deze belofte en bemoediging laten ook zien wat er werkelijk toe doet in dit leven, dus niet het leven straks, maar dit leven.
1. Het leven vind zijn oorsprong bij God en bij Jezus, het Lam.
2. Dit leven komt naar ons toe in het levende water. Het is een geschenk. Neem het aan, drink het op.
3. Deze wereld heeft genezing meer dan ooit nodig. Kijk maar om je heen. Zie alle verdriet en ellende.
4. Verlang naar het moment dat je God en het Lam kunt zien.
5. Nu leven wij nog in een wereld afwisselend in het licht en het donker. Het donker kan onveilig zijn. Het volle licht geeft leven en veiligheid. Dat is het licht van God.
6. In Gods wereld zal geen onderscheid zijn. Dat is ook voor dit leven al belangrijk. Jezus maakt in zijn onderwijs duidelijk dat ik de naaste liefheb als mijzelf. Ook daarin dus geen onderscheid meer.

Uitnodiging en oproep
Iets verderop roept de kerk ieder op om te drinken van het water dat leven geeft (Openbaring 22:17). Het water is een beeld van de woorden van God en de woorden van Jezus. Dus nu al kun je drinken.

Wat kan ik mij daarbij voorstellen? Ieder mens is als dan niet bewust bezig met de grote vragen van het leven:
1. Waar kom ik vandaan? Waar ga ik naartoe?
2. Wie ben ik? Hoe ontdek ik mijn echte “zijn”?
3. Waar komt het kwaad vandaan? Wat is het goede?
4. Waar vind ik blijvend geluk dat niet afhankelijk is van wisselende omstandigheden van voor- en tegenspoed?
5. Wat is het goede leven?

En dan is de grote vraag waar de antwoorden te vinden zijn? En dan laat dit Bijbelgedeelte zien dat de oorsprong van het leven, het doel van het leven voortkomen uit God.

Hier is natuurlijk veel meer over te zeggen en vooral ook te bepraten en te leren. Daarom nodig ik u uit om samen met ons op weg te gaan, de toekomst tegemoet. Dit is de toekomst die naar ons toe komt van God.

Ds. Evert Jan Hempenius
www.ejhempenius.com
terug