Het Orgel

Het orgel is een mooi voorbeeld van een zeer klein instrument van Heyneman.
Men kan het rekenen tot de zogenaamde positieve orgels met slechts één klavier en zonder pedaal.
Het is daarmee verwant aan de destijds zo populaire kabinetorgels.
Het verschil is de afwezigheid van deuren, waardoor het eigenlijke kabinetorgel in gesloten toestand niet als orgel herkenbaar is, maar zich voordoet als een kabinet.

De orgelbouwer Antonius Frederik Gotlicb Heyneman is geboren in Laubach, een streek in Duitsland ten noorden van Frankfurt. In 1781 krijgt hij burgerrechten te Nijmegen waar hij ook huwt. Heyneman genoot grote roem.
Zo wordt vermeld dat het grote orgel in de St. Jan te ’s-Hertogenbosch “thans door den Heer Heyneman Meester Orgelmaker te Nijmegen vernieuwd wordt”. Hij repareerde ook de orgels van de kekren in Tiel, Gouda en Rotterdam. In 1804 is de orgelbouwer overleden.

Men kan het werk van Heyneman rekenen tot het Rijnlands – Hessi Rococo. Er is een voorliefde waarneembaar voor strijkende stemmen zoals Viola di Gamba 8’ en Violonbas 16’.

De dispositie luidt thans:

holpijp 8’ flut travers
fluit 4’ prestant 2’
fiool di gamba trambuland.

Het houtwerk is vervaardigd door Abraham van Velp en “de pijpen of het werk zelven door den meester orgelmaker Gotlieb Heijneman”. Het fraaie orgelkastje is uitgevoerd in Louis-Seize-stijl en vervaardigd door Abraham van Velp. Mooi is het authentieke kla-vier waarvan de ondertoetsen met gegroefd ivoor zijn belegd terwijl de boventoetsen bestaan uit ebbenhout, ingelegd met 2 ivoren strips.

De windvoorziening bestaat uit een zgn. zwemmersbalg.
Het pijpwerk is nog volledig – oorspronkelijk aanwezig.

In 1785 wordt de Udense beeldhouwer Petrus Verhoeven aangezocht, ornamenten op het orgel aan te brengen,
te weten David met de harp, geflankeerd door een fluitspelend en een vioolspelend engeltje.

Het orgel werd in 1781 in gebruik genomen.
Zes en twintig augustus is de grote dag dat “het orgel voor de eerste keer gespeeld en ingezegend wordt met eene daartoe dienende leerrede uit Psalm 150.”

Omdat het orgel volgens zeggen te sterk van geluid was, werd het in 1791 op een nieuw balkon boven de grote deur aangebracht.

terug