Zondag 19 april 2026 om 10:00 uurKerkdienst, avondmaalVoorganger(s): ds H. Tacken Ouderling(en): Jan M / Corinne Organist: Sjouke (piano) ORDE VAN DIENST Protestantse Gemeente te Ravenstein Zondag 19 april 2026 3e van Pasen ~ Misericordia Domini Il Tintoretto [1518 – 1594] Christus aan het Meer van Galilea ‘Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias.’ [Johannes 21,1] Na orgelspel, welkom en mededelingen DE VOORBEREIDING De kaars wordt aangestoken als teken van Gods licht in ons midden. Zingen: LB 33:1.2 ‘Kom nu met zang en roer de snaren’ [zo mogelijk staande gezongen] Groet V: de Heer zij met U G: ook met U zij de Heer Bemoediging V: Onze hulp is in de Naam van de Heer G: die hemel en aarde gemaakt heeft... V: Die trouw blijft tot in eeuwigheid en nooit laat varen het werk van zijn handen. Drempelgebed V: …... G: Amen Zingen: LB 33:8 ‘Wij wachten stil op Gods ontferming’ [gemeente gaat daarna zitten] Smeekgebed V: ……………………. G: Heer ontferm U. Amen. Gloria-lied: LB 413 'Grote God, wij loven U’ [helemaal] DE SCHRIFTEN Gebed bij de opening van het Woord Lezingen: Jesaja 43,1-13a 1 Welnu, dit zegt de HEER, die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël: Wees niet bang, want Ik zal je vrijkopen, Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij! 2 Moet je door het water gaan – Ik ben bij je; of door rivieren – je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien. 3 Want Ik, de HEER, ben je God, de Heilige van Israël, je redder. Voor jou geef Ik Egypte als losgeld, Nubië en Seba ruil Ik in tegen jou. 4 Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, en Ik houd zo veel van je dat Ik de mensheid geef in ruil voor jou, ja alle volken om jou te behouden. 5 Wees niet bang, want Ik ben bij je. Ik haal je nakomelingen uit het oosten terug, uit het westen breng Ik jullie bijeen. 6 Tegen het noorden zeg Ik: Geef hier! Het zuiden gebied Ik: Laat los! Breng mijn zonen terug van verre, mijn dochters van de einden der aarde, 7 allen over wie mijn naam is uitgeroepen, en die Ik omwille van mijn majesteit geschapen heb, gemaakt en gevormd. 8 Laat dit volk naar voren treden, een blind volk, ook al heeft het ogen, doof, ook al heeft het oren. 9 Alle volken zullen zich verzamelen, alle naties komen bijeen. Wie van hun goden heeft aangekondigd wat eertijds nog te gebeuren stond? Laten zij getuigen leveren om hun gelijk te bewijzen, opdat ieder die hen hoort zal zeggen: ‘Het is zo!’ 10 Mijn getuige zijn jullie – spreekt de HEER –, mijn dienaar, die Ik uitgekozen heb opdat jullie Mij zouden kennen en vertrouwen, en zouden inzien dat Ik het ben. Vóór Mij is er geen god gevormd, en na Mij zal er geen zijn. 11 Ik, Ik ben de HEER! Buiten Mij is er niemand die redt. 12 Ik heb redding aangekondigd en redding gebracht, jullie hoorden het van Mij, niet van een vreemde. Jullie zijn mijn getuige – spreekt de HEER –, dat Ik alleen God ben 13 en dat Ik blijf wat Ik ben. Zingen: LB 116:5.6.7 ‘O ‘k heb geloofd, ...’ Evangelielezing: Johannes 21,1-14 1 Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt. 2 Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat is Didymus, ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen. 3 Simon Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee,’ zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets. 4 Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever. Maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. 5 Hij riep: ‘Hebben jullie iets te eten, jongens?’ ‘Nee,’ antwoordden ze. 6 ‘Gooi het net uit aan de rechterkant van het schip,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wierpen het net uit, en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken. 7 De leerling van wie Jezus veel hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, deed hij zijn bovenkleed aan – want hij was nauwelijks gekleed – en sprong in het water. 8 De andere leerlingen kwamen met de boot en sleepten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el. 9 Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met vis erop en brood. 10 Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie daarnet gevangen hebben.’ 11 Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet. 12 Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de leerlingen durfde Hem te vragen wie Hij was, ze begrepen dat het de Heer was. 13 Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en Hij gaf hun ook vis. 14 Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat Hij uit de dood was opgestaan. Zingen LB 644:1.3.4.5 'Terwijl wij Hem bewenen’ Uitleg en verkondiging Kort orgelspel Zingen - LB 654:1.5.6 'Zing nu de Heer, stem allen in' Dankgebed en Voorbede V: Daarom bidden wij u tezamen: G: Heer ontferm U. Stil gebed en Onze Vader: TOT BESLUIT Enkele woorden nog..... Zingen - LB 650 'De aarde is vervuld’ [helemaal; s.v.p. tussenspel ná vers 4] [zo mogelijk staande gezongen] Wegzending en zegen G: Amen, Amen, Amen Inzameling van de gaven bij de uitgang |
| terug |