Overdenking
God en het kwaad
We leven in een tijd waarin het kwade het goede naar de achtergrond lijkt te hebben verdrongen. Ten minste, met betrekking tot de sociale en politieke (wereld-) verhoudingen domineert in de media het negatieve nieuws. Onze reactie op het negatieve nieuws is vanzelfsprekend ook negatief. Het kleurt wellicht ook ons innerlijk leven zelfs meer dan we willen. Het roept vaak een scala aan negatieve emoties op. Dat is logisch. Maar tegelijkertijd verhindert dat ons misschien wel, om eens langer stil te staan bij wat het kwaad eigenlijk is en waar het vandaan komt. Wellicht is de komende veertigdagentijd een uitgelezen tijd om dit soort vragen eens te overwegen, erbij te verwijlen, en elk definitief antwoord voorlopig op te schorten.
Kijken we naar het kwade vanuit Bijbels perspectief, dan veronderstelt onze geloofstraditie daaruit, dat God de Schepper is van het heel-en-al. Er bestaat niets buiten Hem, er zijn geen andere goden. Alle machten en krachten zijn door Hem geschapen en aan Hem ondergeschikt. Is God dan ook de schepper van het kwaad? Zonder deze vraag met ja of nee te willen beantwoorden, wil ik ter overdenking kort stilstaan bij twee teksten uit het oude testament: het scheppingsverhaal uit Genesis en een Godspraak bij de profeet Jesaja. Nogmaals niet om een definitief antwoord te geven op de vraag naar het kwaad! Maar als voedsel om te proeven, te overwegen en te overdenken, in deze tijd waarin wij leven. Een tijd die zoveel vragen oproept omtrent het bestaan van het kwade, of in elk geval het bestaan van datgene wat wij als het kwade ervaren en zo benoemen.
De eerste tekst die ik hier kort wil overwegen is uit Genesis hoofdstuk 1, het ons bekende scheppingsverhaal. Daarin wordt verteld dat God de hemel en de aarde schept door vanuit de aanwezige chaos en de duistere overvloed, tegenovergestelden van elkaar te (onder)scheiden, en deze samen te smeden als onlosmakelijke gehelen die onze werkelijkheid vormen. Met al deze koppels van tegenovergestelden zijn wij zeer vertrouwd: licht en donker, dag en nacht, hemel en land, aarde en zee,… Dit verhaal geeft ons te denken over hoe de werkelijkheid in onze ogen verschijnt, en hoe wij waarnemen, begrijpen en benoemen: ziekte en gezondheid, arm en rijk, vreugde en verdriet, leven en dood, gelukkig en ongelukkig, waar en onwaar, mooi en lelijk,…. goed en kwaad…. Al deze tegengesteldheden vormen een onlosmakelijk geheel en bestaan alleen maar als geheel.
Dat wil zeggen dat als het ene (het goede) het andere (het kwade) geheel zou overwinnen en teniet zou doen, dat ene (het goede) zelf ook niet meer zou bestaan. Volgens het scheppingsverhaal is het God zelf die deze scheidingen aanbrengt en ze ons als werkelijkheid schenkt om in te leven. En, terugkijkend op het resultaat van zijn werk, zegt God: zie, het is zeer goed! Tov!
Hierbij moeten we bedenken dat het hebreeuwse woordje tov, wat wij vertalen met ‘goed’, niet enkel een morele betekenis heeft, maar ook benadrukt dat ‘iets werkt’. Een auto die start in de winter is tov! Dat de zon opgaat en weer ondergaat, dat de dag overgaat in de nacht, dat eb volgt op vloed, dat alles is tov! Is goed! Is zeer goed! Zo ook als moreel kwaad overgaat in moreel goed! Tov! Maar ook andersom??? Kan dag bestaan zonder nacht, kan licht bestaan zonder duister, kan eb bestaan zonder vloed, kan leven bestaan zonder dood, kan goed bestaan zonder kwaad? Zit de kiem van het ene niet al noodzakelijk in het andere??? En is er wel door ons een algemeen, door iedereen en overal en altijd aanvaarde grens te trekken tussen ‘goed-en-kwaad’, enz. Wat de een beleeft en benoemd als goed wordt elders en in andere tijden als het kwade beleefd en benoemd. Wat door God gewaardeerd wordt als zijnde ‘zeer goed’, wordt door ons, bij nader toezien, dus beleefd als ‘zeer verwarrend’.
Een andere, wellicht schokkender mededeling, doet Jesaja wanneer hij getuigt van een uitspraak van God zelf over het kwaad (Jes. 45,5v): “… niets is buiten Mij: Ik ben Jahwe, en geen ander, vormend licht en scheppend duisternis, makende vrede en scheppend kwaad, Ik Jahwe, ben makend dit alles. Ik Jahwe, schep het.” God schept het kwaad. Gezien vanuit het scheppingsgebeuren in het boek Genesis, scheidt God bij Jesaja dus zelf goed en kwaad, zodat beide tegelijkertijd ontstaan als één onlosmakelijk geheel: (IK BEN) vrede makend en scheppend kwaad.
En het hebreeuwse shalom betekent niet ‘vrede’ als tegenovergesteld aan ‘oorlog’, maar: genoegdoening. Genoegdoening wil zeggen: een situatie is dusdanig hersteld dat vruchtbaar leven weer mogelijk is. Daarin klinkt mee: het is genoeg zo, het samenleven werkt weer, er is weer genoegen mogelijk, het is goed zo.
Het kwade wil hier dus zeggen: het samenleven werkt niet meer, is niet langer vruchtbaar, is niet-tov! Zo gezien schept God niet de vormen van goed en kwaad, maar hun mogelijkheid. En wel in een onophefbaar spanningsveld dat ons bestaan kenmerkt.
Wij mensen kunnen ons slechts bewegen binnen dit spanningsveld, maar het niet opheffen. En daarbij blijft ook staan, dat wij niet in staat zijn of zullen zijn, het goede absoluut te onderscheiden van het kwade. Dat is aan God alleen, de schepper van goed en kwaad. De pretentie van de mens dit onderscheid wel te bezitten, wordt in hetzelfde scheppingsverhaal in Genesis gekarakteriseerd als de hoogmoed om God zelf te willen zijn.
Dit alles zijn zo wat gedachten die bij mij opkomen richting de veertigdagentijd, op weg naar Pasen. Ze openen een wijdte die groot is, met nog weinig houvast en oriëntatiepunten, zoals in de woestijn. Laten wij Wijsheid zoeken in de Bijbel, zoals Jezus Wijsheid zocht en vond in de Torah, toen Hij daar 40 dagen moest verblijven en er beproefd werd op zijn geloof.
Zijn geloof komt terug in de woorden die Hij ons leert, in het Onze Vader bijvoorbeeld. Daarin is de slotbede: verlos ons van(uit) het kwaad/de kwade. In de veertigdagentijd gaan we ons in een bijeenkomst nader buigen over (de twee slotbeden van) het Onze Vader. Wat staat daar eigenlijk in dat bekende (maar ook begrepen?) gebed, en wat wil Jezus ons daarmee (laten) zeggen? Nadere informatie hierover volgt nog.
Leon Teubner