PKN RAVENSTEIN©

Overdenking Pasen!

Pasen in het licht van een duister graf
Als Maria van Magdala in het donker bij het graf van Jezus aankomt, treft zij het open aan. De steen is van het graf weggerold. Zij concludeert daaruit dat het dode lichaam van Jezus van Nazareth daar niet meer in aanwezig is. Opvallend is nu echter, dat de evangelist Johannes in het verdere verloop van zijn verhaal de nadruk niet legt op die feitelijke afwezigheid van het lichaam. Hij verlegt ongemerkt onze aandacht, via de wonderlijke wedloop van Petrus en ‘de andere leerling’, naar die andere leerling van wie hij op het einde zegt: ‘hij zag en geloofde’.

‘Hij zag en geloofde’. Wat kunnen we ons daarbij nu voorstellen? Iets geloven is iets zien én tegelijk dóórzien op iets wat feitelijk niet zichtbaar is. Want de andere leerling zag niet enkel ‘iets’, hij zag niet alleen een dit of dat, niet enkel de afwezigheid van een lichaam of de aanwezigheid van de doeken die hij van buitenaf in het graf had zien liggen. Nee, toen hij eenmaal het graf binnenging, ‘zag hij én geloofde’. Hij zag van alles wel en niet in dat donkere graf, maar hij keek daar als het ware doorheen en aan voorbij. Hij schouwde, hij dóórzag het graf als zodanig. Hij zag ín en ontving inzicht over de betekenis van het graf zélf van Jezus van Nazareth voor zijn eigen leven.

Dit ‘innerlijke zien’, wat niet hetzelfde is als een zintuigelijk zien, duidt op een onverwacht en plotseling besef in een mens, dat hem in contact brengt met het goddelijke in de werkelijkheid. Dat doet me denken aan wat Paulus overkwam op zijn weg naar Damascus. Plotseling, zo zegt het verhaal, valt Paulus onderweg en als hij weer opstaat ziet hij niets. Plotseling komt er een licht uit de hemel – een goddelijk licht dat hem tot leven-veranderend inzicht brengt. Dat Licht dat God is, werpt hem op de grond, in het stof van de aarde, het graf van zijn oude leven. En als hij opstaat (in het Grieks hetzelfde werkwoord dat gebruikt wordt bij de opstanding van Jezus!) is hij ziendeblind of beter: nu pas ziet hij werkelijk. En wat Paulus zag, inzag, besefte, bij alles wat daarna plaatsvond in zijn leven, dat verwoordde hij later in één zin: ‘In Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij’ (Hand. 17,28).

Zo gezien staat ‘het graf’ voor een plaats van omvorming en ontlediging: van het ontdaan wórden (plotseling en passief) van de oude mens om op te kunnen staan (actief) in de nieuwe mens. En dat gebeurde ook aan de andere leerling toen hij het
graf binnenging. Daar werd hij verlicht door een goddelijk inzicht en kwam hij er anders uit dan toen hij erin ging: hij zag en geloofde.

Geloven is een vorm van zien. Geloven is een vorm van in- en doorzien, van een geschonken besef van God uit. Het wordt in de Bijbel ook wel ‘wijsheid’ genoemd. Van Jezus bijvoorbeeld wordt verteld, dat hij groeide in wijsheid die Hem door God werd geschonken (Lucas 2, 40 en 52). Wijsheid is iets heel anders dan kennis of geloofsleer of de waarheid in een catechismus. Wijsheid is goddelijk inzicht dat mensen geschonken wordt en ingegoten door heilige Geest.

Die wijsheid nu werd de zgn. andere leerling geschonken in een graf. Deze andere leerling die het graf in-en-uit ging, wordt niet met name genoemd. Alleen wordt er van hem gezegd dat ‘Jezus veel van hem hield’. Ik denk dat met die andere leerling eenieder van ons bedoeld wordt, die met Petrus, en naderhand Maria van Magdala en Paulus, áls andere leerling het graf van het leven in-en-uit durft te gaan. Want goddelijke wijsheid of inzicht of geloof, groeit – zoals ook bij Jezus – enkel gaandeweg in en doorheen het leven, en geschiedt niet in één keer.

Dat graf in ons leven komt altijd ongewenst op onze weg. Dat hoeven we niet te zoeken, dat vindt ons wel. Dat graf staat voor alles waarvan wij denken: einde verhaal, verwachtingen die niet uitkomen, verlangens die onvervuld blijven, dromen die uiteenspatten – in het klein of in het groot. In het klein (gelukkig maar dat het veel vaker in het klein gebeurt!) vindt het in mijn ervaring bijna dagelijks wel plaats in dingen die (net even) anders lopen dan ik inschat of wens. Dan kan mijn geloof-als-inzicht mij helpen en weer doen inzien: ‘In Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij’. En dat maakt dat de situatie of ervaring waarin ik op dat moment zit, weer anders. Want dat biedt mij de ruimte, de wijdte, om ontvankelijk te worden voor het leven zoals het zich aandient en de mogelijkheid om vruchtbaar om te gaan met datgene wat óók ‘in Hem leeft, beweegt en is’.

Leven is vallen en opstaan met Hem en in Hem en door Hem, met alles wat ons gegeven wordt. Tot aan onze laatste val en uiteindelijke opstanding in Hem, die Hijzelf (altijd al) zal blijken te zijn geweest. Daarom, sta steeds weer op in Hem, met Hem en door Hem, en vertrouw je toe - hoe dan ook. Gezegend Paasfeest.

Leon Teubner
 
terug